Ik maak in het putten onderscheid in drie soorten putts:
Om je te helpen bij de scoringsputt heb ik een leuke oefening: start op anderhalve meter van de hole met drie ballen. Leg de vlag van de hole op de grond, zestig centimeter achter de hole. Speel de drie ballen met een volledige pre-shotroutine. Gaat de bal in de hole, dan is dat twee punten. Gaat de bal voorbij de hole en stopt ie voor de vlag, dan krijg je één punt. Eindigt de bal voor de hole of rolt ie tegen de vlag, dan is dat nul punten. Als je vier punten of meer scoort, doe je de oefening vanaf een halve meter verder van de hole.
Kijk hoe ver je komt met deze oefening. Je merkt dat je focus verandert van 100 procent richting naar 50 procent richting en 50 procent afstand.
Putt steeds vijf ballen vanaf twee, drie en vier meter. In de hole is twee punten, mis maar voorbij de hole binnen een cirkel van zestig centimeter is één punt. Noteer het aantal punten achter de afstand. Tel de score van de drie afstanden bij elkaar op en vergelijk dat met jouw spelniveau.
Hcp 54: 10 punten
Hcp 45: 14 punten
Hcp 36: 15 punten
Hcp 27: 16 punten
Hcp 18: 17 punten
Hcp 9: 18 punten
Hcp 4: 19 punten
Hcp 0: 20 punten
Pro: 21 punten